Elk materiaal vraagt een eigen boor
Punthoek en toerental bepalen of een gat schoon wordt of dat het materiaal scheurt.
LezenPhillips en pozidriv lijken op elkaar en zijn dat niet. Het verschil kost per verwisseling een schroefkop.
Phillips is ontworpen om uit te lopen zodra een bepaald koppel bereikt is, een eigenschap uit de tijd zonder koppelinstelling. Pozidriv heeft extra ribben tussen de armen en houdt juist vast. Torx heeft zes vlakken en geeft de meeste grip van de drie.
Een phillipsbit in een pozidrivschroef pakt maar op een klein deel van het profiel en freest de kop rond. Andersom gaat het net zo mis.
De maataanduiding, PH1 tot PH3 of PZ1 tot PZ3, hoort bij de schroefdiameter. Een te kleine bit staat schuin in de kop, een te grote raakt de bodem niet. Lange bits geven meer zicht maar ook meer speling; voor precisiewerk is een korte bit met een houder stabieler.
In hardhout en in smalle latten scheurt een schroef het hout zonder voorboor. Het voorgeboorde gat hoort ongeveer de diameter van de kern van de schroef te hebben, dus zonder de schroefdraad meegerekend. In zachthout kan het meestal achterwege blijven.
Punthoek en toerental bepalen of een gat schoon wordt of dat het materiaal scheurt.
LezenWie elke maat vanaf het vorige stuk aftekent, stapelt de fouten op.
LezenEen kamer wordt afgemaakt door een handvol voorwerpen die bij elkaar horen.
Lezen